Trio Las Sombras

Kijk eens hoe ze opkwamen in de jaren vijftig. Gesoigneerd, er gaat nog net geen gordijn open. De zanger en sologitarist kruisen elkaar voor het lied wordt ingezet. Terwijl de zanger zich met een toen nog straffeloze macho mime tot een denkbeeldige schone dame wendt, tovert de sologitarist de brutaalste riedels uit zijn gitaar. Het is vooral hij die mijn aandacht trekt. Hij speelt zo gemakkelijk dat ik er bijna om moet lachen. Als deze muziek door de radio klonk, dan kreeg mijn vader heimwee naar een land waar hij nooit geweest was: Mexico. Hoe hij zich daar het leven voorstelde, weet ik niet. De zon scheen er altijd, dat was genoeg voor hem. Ik zag dit trio nooit op de Nederlandse televisie, ik weet zelfs niet of ik ze ooit wel op de radio hoorde. Het moet haast wel. Ik begroet de heren met een glimlach van herkenning. Zijn ze dood nu? Of heel erg oud? Negen gedaantenverwisselingen onderging het trio in zijn roemruchte bestaan.

Work in proces

alfred birney manuscript Dit is een snapshot met een iPhone 4 van de eerste versie van mijn aanstaande roman, vers uitgeprint op 460 A4’tjes 70 grams papier, lettertype Times New Roman, regelafstand 1,5 – om kort te gaan: 195.974 woorden. Dat is een pak papier goed voor een paperback van 600 – 700 bladzijden. Zo’n dikke pil schreef ik nooit eerder.

Mijn dikste boek tot nu toe was Het verloren lied, een roman van ongeveer 80.000 woorden, goed voor een paperback van 320 bladzijden. Mijn dunste boek is de novelle Rivier de Lossie, in manuscript 21.501 woorden. Afgerond is mijn dunste boek dus 20.000 woorden lang en dit manuscript, dat ik hier op schoot heb, bijna tienmaal dikker met zo’n 200.000 woorden.

In een dun boek moet elke bladzijde goed zijn, je hebt eenvoudig geen tijd om een aantal zwakke bladzijden goed te maken. Met een dik boek heb je meer speling, je kunt jezelf wel wat minder sterk geschreven bladzijden veroorloven. Dat weet elke schrijver. Maar dan moet het wel een boek zijn met een sterk verhaal, anders smijten de lezers het in de hoek. Ik streef ernaar waar mogelijk flink te schrappen.

Ik schrijf mijn boeken meestal in drie versies. Met deze eerste versie op schoot ga ik het proberen te lezen zoals een lezer dat doet, dus zonder potlood erbij. Dat is al een hele kunst: net doen alsof je alles voor het eerst leest. Fouten laat ik staan, ik kijk alleen naar de voortgang van het verhaal. Aantekeningen maak ik niet. De compositie is goed, denk ik. Ik onthoud vanzelf wel waar het boek eventueel inzakt. Dit zijn spannende dagen voor me.

Ik zou niet weten hoelang ik precies aan dit enorme boek heb gewerkt. Er staan herschreven stukken in van twaalf jaar terug, een interview met mijn moeder en informatie uit de memoires van mijn vader gaan zelfs terug tot 1985. Ik ben aan dit manuscript begonnen direct na de publicatie van mijn essay De dubieuzen in 2012. Hier ligt dus het resultaat van twee jaar hard en intensief ‘s nachts in afzondering werken. Ik zou die twee jaren niet graag overdoen…

Later meer over de voortgang, en de inhoud, van dit boek.

Inleiding Le Banian

De Association franco-indonésienne Pasar Malam, gevestigd in Parijs, geeft onder meer uit een literair-cultureel tijdschrift onder de naam Le Banian. Voorbereid wordt momenteel een special over de Nederlandse koloniale en postkoloniale literatuur. Mij is gevraagd een inleiding te schrijven en dat heb ik net af en verstuurd.

Adriaan van Dis schrijft het nawoord en er worden stukken opgenomen van ons en onze collega’s en nog een paar Indische schrijvers van de eerste generatie. Daarnaast is er ruimte voor artikelen over het culturele Indische leven in Nederland, de hernieuwde aandacht voor oorlogsexcessen gepleegd door Nederlanders in Indonesië en Indonesische schrijvers in Frankrijk en Nederland.
De vertalers gaan nu aan de slag. De uitgave van de bundel zal worden gevierd in december in Quai Voltaire aan de Seine.

De bundel kent vijf afdelingen:

I Non-fictie
Mijn introductie (historisch en literair) op de postkoloniale Nederlandstalige literatuur in verband met Indonesië.
Herinnering aan oorlogsgeweld in Indonesië weer in de actualiteit, gebaseerd op persberichten van de laatste jaren.
Lizzy van Leeuwen –  fragment uit Ons Indisch Erfgoed: het eerste Indische postkoloniale geschiedenisoverzicht van 1950 – 2000.

II Fictie
Acht schrijvers van de Tweede Generatie, acht prozafragmenten.

III Literatuur van Indonesiërs in Frankrijk en Nederland.

IV Indo cultuur in Nederland anno 2014
Over de Tong Tong Fair, Museum Bronbeek, Maandblad Moesson, Werkgroep Indische letteren etc.

V Nawoord Adriaan van Dis, waarin de schrijver een link legt tussen de Nederlandse en Franse postkoloniale literatuur

Basta De Urbanismo Salvaje

Ik was in Roquetas de Mar, Zuid Spanje, voor een korte vakantie en huurde er een fiets om naar Almeria te gaan. Het was mijn eerste vakantie sinds 2002 en ik was nog nooit in Spanje geweest, afgeschrikt door de enorme toeristengebieden in plaatsen als Torremolinos. De fietstocht voerde langs verlaten flatgebouwen, bungalows en hotels, die in een periode van overdreven optimisme er zijn neergekwakt en waarschijnlijk nooit bewoond zullen worden. Ze kunnen die spookgebouwen beter tegen de vlakte gooien en er de natuur zijn gang laten gaan: dat trekt meer toeristen, lijkt mij zo. Het fietspad liep dood halverwege bij Aguadulce; de autoweg opgaan was te gevaarlijk. Mijn gezellin ontwaarde een protestleus die op een muur was gekalkt:

Basta De Urbanismo Salvaje


Basta De Urbanismo Salvaje

Dat betekent: stop met de wilde stedenbouw, of zoiets als stop de stedelijke wildgroei. Het zal wel geen toerist zijn geweest die die leus op de muur heeft gekalkt. Een paar jongeren die verveeld en werkloos op het dorpsplein rondhangen misschien? De jeugdwerkloosheid is momenteel 50 procent in Spanje. Het geld, dat voor andere doelen gebruikt had kunnen worden, ligt er in waardeloos beton gegoten. Er zijn mensen die rijen zonnepanelen een afgrijselijk gezicht vinden. Maar treuriger dan leegstaande gebouwen, wachtend op expats die, op een enkeling na, door de crisis daar tóch niet neerstrijken, kan niet.

Switchen van Jazz naar Fingerpicking

leavitt Ik weet niet of mijn leerlingen mijn nog jonge fingerpicking weblog volgen, maar het lijkt wel alsof mijn vorige post iemand op een idee heeft gebracht. De leerling, niet meer zo jong, was bezig met A Modern Method for Guitar van William Leavitt, met mijn Finger-Picking-Technieken, met het populaire songbook van The Beatles plus met Guitar Jazz Harmony, een theorieboek van Fred Harz. Uiteraard is dat wat veel. De lessen liepen dan ook altijd een half uur uit en ja, het was wachten totdat de meer dan leergierige student iets zou laten vallen. Dat deed hij gisteren per e-mail. Driekwart van de les graag voor fingerpicking en een kwartiertje voor de rest. Wise guy. Jazz sluipt er vanzelf in als je verder komt met fingerpicking.

Switchen van fingerpicking naar klassiek

sagreras Het mag misschien ongeloofwaardig klinken, maar klassiek gitaarles voor beginners is makkelijker dan meteen beginnen met fingerpicking. Fingerpicking vraagt om gevoel voor swing en liefde voor de stijl. De klassieke methode van gitaar leren spelen betekent: een goede houding aannemen, netjes in de maat spelen, de eerste saaie weken doorkomen en dan begint het al gauw aardig te klinken. Zo had ik laatst een beginnende leerling die moeite had met fingerpicking en ook niet precies wist wat ze nou eigenlijk wilde. Zoiets kan gebeuren na een paar lessen. Jonge mensen kunnen een jaar fingerpicking doen en dan overstappen naar blues, pop, rock, jazz – ze hebben de tijd en kunnen doen wat ze willen. Oudere mensen doen er goed aan één stijl te kiezen. Ben je melodieus ingesteld en gaat het je niet om zingen bij de gitaar, instrumentale fingerpicking nummers en swingen op een ragtime blues beat, dan is een klassieke basis wellicht het beste voor je. Dus: ben je al op leeftijd en je wilt gitaar leren spelen zonder precies te weten wat je wilt, ga dan voor klassiek. Noten lezen is niet moeilijk. Dat leer je spelenderwijs. Ja, in het begin ziet het notenschrift er uit als krentenbrood, maar daar raak je écht snel mee vertrouwd. Ik werk met de beroemde methode van Sagreras. Je kunt dan later altijd nog overstappen op fingerpicking. Maar wat is fingerpicking nou eigenlijk? Daarover later meer.

Tricky fingerpickingmotief van Donovan

Donovan – Summer Day Reflection Song

Hier is een backing track van Donovan’s Summer Day Reflection Song. De track is bedoeld om mee te zingen, of om de 2e gitaarpartij mee te spelen, maar ik presenteer hier de TAB als oefening in fingerpicking. De twee maten worden alsmaar herhaald. De 2e maat is tricky. Het G akkoord wordt gebroken gespeeld met een hammer on op de e- en a-bas. Het patroon wijkt er af van de basis folk picking pattern uit mijn lesboeken, een patroon dat je eigenlijk moet kennen voor je hieraan begint. Maar misschien lukt het je zonder die boeken ook wel om met deze backing track mee te spelen. Langzaam beginnen en rustig aan het tempo opvoeren terwijl je strak in de maat blijft.


Capo on 3nd fret

Verse, chorus

    Am9            G
E |---------------|-------------------|
B |----0--------0-|-------------------|
G |----------2----|--------0--------0-|
D |----2--------2-|-----0---------0---|
A |-0------0------|-----------0^2-----|
E |---------------|-0^3---------------|

    T  T/M T I T/M  T   T  I T    T I

Hier is de live versie, langzamer, en hier de studioversie met een 2e gitaarpartij.

Hulp nodig? Click op de flyer en kom een les nemen!

Tapping met Jim Green

The Wandering Endorphin – The Healer

Hier een intrigerende melodie van Jim Green, die optreedt onder de naam The Wandering Endorphin, een wat obscure artiestennaam waar hij onderhand vanaf wil. Op zijn website heeft hij een paar beknopte handleidingen gezet over hoe je moet beginnen met guitar tapping. Voor een paar dollar kun je de korte oefeningen downloaden en er een poosje mee toe. Wil je de complete tabs, dan moet je meer betalen.

De basis voor het bovenstaand nummer The Healer wordt uitgelegd in de eerste oefening voor beginners. Het nummer wordt in standaard gitaarstemming EADGBE in triolen gespeeld (al noteert de componist dit ritmisch fout in zijn tab, maar daar kom je wel uit). Een versterkte akoestische gitaar is handig bij tapping, anders krijg je bijna geen geluid. Dus: een element aanbrengen in je gitaar en op een versterker aansluiten.

De term beginner moet je wel opvatten als beginner met guitar tapping. Eerst akkoorden en fingerpicking spelen lijkt me wel handig voordat je aan een guitar tapping avontuur begint. Enigszins gevorderd is dus geen luxe. Jim Green zelf beweert dat guitar tapping eigenlijk simpeler is dan traditioneel gitaarspelen. Kan zijn dat hij gelijk heeft. Je ziet erg jonge gitaristen opduiken die niets anders doen en kunnen dan guitar tapping. Sommigen zeggen dat dit de nieuwe manier van gitaarspelen is.

Jim Green zelf is na twaalf jaar guitar tapping verveeld geraakt en gaat nu country spelen en flamenco oefenen…

Du Perron en de Indische letterkunde

Najaarsbijeenkomst georganiseerd door het E. du Perron Genootschap.
Met medewerking van Alfred Birney en Bert Paasman.
Zaterdag 24 november 2012 in Museum Meermanno Den Haag.
Tijd: 14:00 – 17:00 uur.
Iedereen welkom!

birney multatuli Du Perron en de Indische letterkunde is het thema van de najaarsbijeenkomst van het E. du Perron Genootschap, die in Den Haag plaatsvindt en wel in de sfeervolle leeszaal van Museum Meermanno: het huis van het boek. Alfred Birney en Bert Paasman zijn de sprekers.

Het museum is geopend vanaf 12.00 uur. Het is de voorlaatste dag van de Internationale Papier Biënnale Rijswijk 2012, waarbij Museaum Meermanno boeken, pectaculaire installaties, films en kunstwerkenen van internationale kunstenaars toont. Op straat aan de gevel is een installatie van Alicia Martin te bewonderen: een gestolde stroom van honderden boeken. Voor wie eerder wil komen: vergeet uw Museumjaarkaart niet… Voor het literaire programma is geen toegangsbewijs nodig.

Inloop: vanaf 13.30 uur. Aanvang: 14.00 uur. Einde: 17.00 uur.

Programma:

– Bert Paasman spreekt over Du Perron als bloemlezer, toegespitst op De muze van Jan Companjie, het niet-gepubliceerde vervolg en de plannen voor het derde deel. Paasman is emeritus hoogleraar Koloniale en Postkoloniale Cultuur- en Literatuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam,

– Alfred Birney belicht Du Perrons plaats in de Indische letterkunde in relatie tot andere Indische schrijvers, zoals Multatuli, Daum en Couperus. Birney is schrijver en essayist. In 2012 verscheen zijn essay De dubieuzen, als vervolg op de bloemlezing Oost-Indische inkt. 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren (1998) en Yournael van Cyberney (2001). Alfred Birney stelt onder meer het gebrek aan kennis van Nederland van de eigen koloniale geschiedenis aan de kaak via voorbeelden uit boeken van vergeten schrijvers uit de koloniale letteren.

– Borrel.

Adres: Prinsessegracht 30, 2514 AP Den Haag
Tel. 070-34 62 700
www.meermanno.nl

Meld u zich s.v.p. voor 15 november aan bij info@edpg.nl ivm de borrelnootjes 😉